Onlangs sprak ik een ondernemer die naast zijn bedrijf een universitaire studie was begonnen. Filosofie…
“We kijken het nog even aan.”
Ik hoor die zin dit jaar vaker dan ooit. Bij een investering in een nieuwe machine, bij een vacature die al maanden openstaat, bij een uitbreiding die eigenlijk vorig jaar al had moeten gebeuren. De reden is steeds dezelfde: het is nu te onzeker.
Dat gevoel is niet ingebeeld. Bijna vier op de vijf ondernemers zeggen dat de economische onzekerheid het afgelopen jaar is toegenomen, vooral door geopolitieke spanningen. Het ondernemersvertrouwen dook in het voorjaar naar het laagste punt in jaren en veerde deze zomer weer sterk op. Wie zijn beslissingen laat afhangen van de stemming van het kwartaal, zit in een achtbaan.
Tegelijk zie ik in de jaarcijfers van veel MKB-bedrijven iets opvallends. Er staat meer geld op de bank dan ooit, er is minder geleend, en er is minder geïnvesteerd. Ondernemers houden, zoals een onderzoeker het treffend samenvatte, de adem in.
Dat is begrijpelijk. Maar het is ook een besluit. En het is een besluit dat zelden bewust wordt genomen.
De stille aanname achter “we kijken het nog even aan” is dat het straks duidelijker wordt. Dat er een moment komt waarop je met meer zekerheid kunt kiezen.
Dat moment komt bijna nooit.
Kijk terug op de afgelopen vijf jaar. Een pandemie, een energiecrisis, rentestijgingen, oorlogen, handelsspanningen, verkiezingen, een krappe arbeidsmarkt. Er is geen enkel jaar geweest waarin een ondernemer kon zeggen: nu is het rustig, nu kan ik plannen.
Onzekerheid is geen tijdelijke storing die voorbijgaat. Het is de omgeving waarin je werkt. Wie wacht op duidelijkheid, wacht op iets wat niet komt, en ondertussen staat het bedrijf stil terwijl de concurrent die niet wachtte doorbouwt.
Veel ondernemers behandelen elk besluit alsof het onomkeerbaar is. Dan is uitstel logisch: als je het maar één keer kunt doen, wil je het goed doen.
Maar de meeste besluiten zijn helemaal niet onomkeerbaar. Een tijdelijke kracht aannemen, een pilot starten met een nieuwe dienst, een machine leasen in plaats van kopen, een nieuwe markt testen met één klant: dat zijn allemaal besluiten die je kunt terugdraaien als ze niet werken.
De vraag die ik ondernemers daarom stel is: als dit verkeerd uitpakt, hoe duur is het dan om terug te gaan?
Is het antwoord “niet zo duur”, dan is uitstel meestal de slechtste optie. Je leert niets, en je verliest tijd. Beter een klein besluit nu, met de mogelijkheid om bij te sturen, dan een groot besluit over een jaar dat je dan nog steeds niet met zekerheid kunt nemen.
Is het antwoord “heel duur”, dan is voorzichtigheid terecht. Maar ook dan is de vraag niet óf je beslist, maar hoe je het besluit zo inricht dat je het in stappen kunt nemen.
In een eerder artikel schreef ik over wat een datacenter mij leerde: je ontwerpt niet voor de dag waarop alles werkt, maar voor de dag waarop het misgaat. Dat principe werkt ook bij besluiten onder onzekerheid.
In plaats van te wachten tot het duidelijker wordt, kun je vooraf vastleggen onder welke omstandigheden je wat doet. Als de orderportefeuille drie maanden achter elkaar boven een bepaald niveau zit, nemen we die extra kracht aan. Als de grootste klant zijn volume met een kwart verlaagt, zetten we de uitbreiding stop. Als de rente onder een bepaalde grens zakt, financieren we die investering.
Dat klinkt eenvoudig, en dat is het ook. Maar het verandert iets fundamenteels. Je vervangt een vaag gevoel (“het voelt nog niet goed”) door heldere signalen. Het besluit is dan al genomen; je wacht alleen nog op het moment om het uit te voeren.
Het voorkomt ook iets wat ik vaak zie: dat het besluit elke maand opnieuw op tafel komt, elke keer met dezelfde twijfels en dezelfde uitkomst. Dat is geen voorzichtigheid meer. Dat is een patroon dat zichzelf in stand houdt.
Het lastige van uitstel is dat de kosten onzichtbaar zijn. Een mislukte investering zie je terug in de cijfers. Een gemiste kans niet. De klant die je niet kon bedienen omdat je capaciteit tekortschoot, de medewerker die vertrok omdat er geen groeiperspectief was, de efficiëntie die je had kunnen behalen: het staat nergens op de balans.
Daarom een eenvoudige oefening. Pak de besluiten die op dit moment “even in de wacht” staan. Schrijf bij elk besluit op wat het uitstel kost, per maand, in geld, in tijd of in kansen. Bepaal vervolgens of het besluit omkeerbaar is. En leg voor de besluiten die echt moeten wachten vast wanneer, of onder welke omstandigheden, je ze wel neemt.
Je zult merken dat een deel van die besluiten eigenlijk allang genomen kan worden. En dat de rest een stuk minder zwaar voelt als je weet waar je op wacht.
Onzekerheid kun je niet wegnemen. Maar je kunt wel voorkomen dat ze voor jou beslist.