Op 31 december 2026 gaat een nieuwe regel in voor iedereen die met zzp’ers werkt. Verdient een zelfstandige minder dan 38 euro per uur, dan kan hij bij de rechter stellen dat hij eigenlijk werknemer is. Het is dan aan de opdrachtgever om het tegendeel te bewijzen.

De juridische kant laat ik graag aan anderen over. Wat me interesseert, is de vraag die eronder ligt en die veel ondernemers al jaren voor zich uit schuiven: waarom werken we eigenlijk met deze zzp’ers?

1. Van flexibel naar structureel

De oorspronkelijke gedachte achter de flexibele schil is helder. Je hebt een vaste kern van medewerkers die het bedrijf draagt, en daaromheen een schil die meebeweegt met pieken en dalen. Als het druk is, huur je in. Als het rustig is, bouw je af.

In de praktijk zie ik iets anders. De zzp’er die drie jaar geleden werd ingehuurd voor een piek, zit er nog steeds. Hij werkt vier dagen per week, heeft een vaste plek, draait mee in het rooster en kent de klanten beter dan de meeste vaste collega’s.

Dat is geen flexibele schil meer. Dat is de kern, alleen met een ander contract.

Zolang niemand daar vragen over stelt, werkt het. Maar de nieuwe regel dwingt die vraag nu wel af, in elk geval voor een deel van de inhuur.

2. De verborgen afhankelijkheid

Het juridische risico is het zichtbare deel. Het organisatorische risico vind ik vaak groter.

Een zzp’er die structureel belangrijk werk doet, neemt die kennis mee zodra hij vertrekt. En dat kan op elk moment, want hij is ondernemer en heeft andere opdrachtgevers. Ik heb bedrijven gezien waar de enige die echt wist hoe een bepaald systeem of proces werkte, een externe kracht was. Niemand had het ooit zo bedoeld. Het was gewoon zo gegroeid.

Het is hetzelfde patroon als bij de ondernemer die alles zelf doet: een single point of failure die niet op het organigram staat.

3. Maak er een bewuste keuze van

Ik pleit er niet voor om zzp’ers de deur uit te doen. Zelfstandigen brengen vaak specialistische kennis, frisse blik en slagkracht die je intern niet zomaar hebt. Dat is waardevol, en voor veel bedrijven onmisbaar.

Maar het verschil tussen een goede en een slechte inzet van zzp’ers zit in de vraag of het een keuze is of een gewoonte.

Een eenvoudige oefening helpt. Zet alle externe krachten op een rij en stel bij elk drie vragen. Waarvoor hebben we deze persoon oorspronkelijk ingehuurd, en is dat nog steeds de reden? Wat gebeurt er als deze persoon volgende maand stopt? En zouden we deze rol, als we hem vandaag opnieuw zouden inrichten, als opdracht of als functie inrichten?

Het antwoord op die laatste vraag is vaak verrassend eenduidig. En het leidt tot een gesprek dat veel meer oplevert dan alleen juridische zekerheid: een helder beeld van wat de kern van uw bedrijf eigenlijk is, en wie die kern draagt.

Waarom juist nu

Wetgeving rond zzp’ers is al jaren in beweging, en er komt nog een bredere Zelfstandigenwet aan. Het is verleidelijk om te wachten tot alles duidelijk is.

Maar de vraag of uw organisatie goed is ingericht, hangt niet af van wat Den Haag besluit. Die kunt u vandaag al beantwoorden. En de ondernemers die dat nu doen, hoeven straks niet in paniek te reorganiseren als de regels weer veranderen.