Het plan klopt. Het organogram is doordacht, de rapportagelijnen zijn korter, de dubbele functies zijn…
Je hebt je verkoopteam op training gestuurd. Een goede training ook, met een trainer die zijn vak verstaat. Twee dagen, positieve evaluaties, iedereen enthousiast.
Vier maanden later is de conversie onveranderd.
De conclusie die dan meestal wordt getrokken is dat de training niet goed genoeg was, of dat er te weinig is geborgd. Soms klopt dat. Vaker is er iets anders aan de hand: de interventie zat op het verkeerde niveau. Je hebt een vaardigheidsoplossing ingezet voor een probleem dat ergens anders zat.
Elk vraagstuk in een organisatie speelt zich af op een van vijf niveaus. Ze staan hieronder van concreet naar abstract. De volgorde is niet willekeurig: een niveau hoger stuurt altijd de niveaus daaronder aan.
1. Omgeving. Waar, wanneer, met welke middelen. Het CRM dat traag is, de vergaderzaal die altijd bezet is, het thuiswerkbeleid.
2. Gedrag. Wat mensen feitelijk doen. Hoeveel gesprekken er worden gevoerd, of het rapport op vrijdag klaar is.
3. Vaardigheden. Wat mensen kunnen. Onderhandelen, feedback geven, een businesscase bouwen.
4. Overtuigingen en waarden. Wat mensen belangrijk of waar vinden. “Klanten kopen bij ons op prijs.” “Als ik doorvraag, kom ik opdringerig over.” “Kwaliteit gaat hier altijd voor snelheid.”
5. Identiteit. Wie mensen vinden dat ze zijn. “Wij zijn een familiebedrijf.” “Ik ben techneut, geen verkoper.”
Terug naar dat verkoopteam. Voordat je een training inkoopt, is er één vraag te stellen: op welk niveau zit dit?
Vijf keer hetzelfde symptoom, vijf verschillende interventies. Vier daarvan verspillen je budget als je de verkeerde kiest.
Een probleem op een hoger niveau los je nooit op met een interventie op een lager niveau.
Deze ene zin verklaart een groot deel van de mislukte veranderprogramma’s die wij tegenkomen. Een paar voorbeelden.
| Wat je inzet | Wat het echte niveau is | Wat er gebeurt |
|---|---|---|
| Nieuw CRM (omgeving) | Verkopers geloven niet in vastleggen (overtuiging) | Duur systeem, lege velden |
| Training feedback geven (vaardigheid) | Managers vinden confrontatie onaardig (waarde) | Ze kunnen het, ze doen het niet |
| Bonusregeling (omgeving) | Team ziet zichzelf als vakmensen, niet als commercie (identiteit) | Cynisme over de regeling |
| Reorganisatie (omgeving) | Er is geen gedeeld beeld van waar we heen gaan (overtuiging) | Nieuwe hokjes, oud gedrag |
Andersom werkt het wel. Een verschuiving op overtuigingsniveau brengt gedrag vaak vanzelf mee, zonder dat je het hoeft af te dwingen.
In de praktijk hoor je het aan de taal.
Let vooral op “dat werkt hier niet”. Die zin klinkt als een praktisch bezwaar over de omgeving en is het bijna nooit. Hij is de meest voorkomende manier waarop een overtuiging zich vermomt als feit. Als je erop reageert met een praktische oplossing, krijg je een nieuw praktisch bezwaar. En daarna nog een.
Ga niet standaard hoger zitten. Er is een neiging bij mensen die dit model leren kennen om overal overtuigingen en identiteit in te zien. Dat is even onjuist als het tegendeel. Als het CRM daadwerkelijk traag is, is het CRM traag. Begin bij het laagste niveau dat de feiten verklaart en ga pas omhoog als daar geen sluitende verklaring ligt.
Hoger is ingrijpender. Een gesprek over vaardigheden is professioneel. Een gesprek over identiteit raakt aan wie iemand is, en dat vraagt om zorgvuldigheid, vrijwilligheid en meestal om een andere setting dan de wekelijkse teamvergadering. Het feit dat je de diagnose kunt stellen, betekent niet dat je hem in elke context moet uitspreken.
Pak een vraagstuk dat langer speelt dan een half jaar. Schrijf op wat je er tot nu toe aan hebt gedaan, en zet achter elke interventie het niveau waarop hij zat.
Als je lijstje er ongeveer zo uitziet als bij de meeste organisaties, staan er drie of vier interventies op omgeving en vaardigheid, en geen enkele daarboven. Dat is geen tekortkoming. Interventies op de onderste niveaus zijn concreet, planbaar en verantwoordbaar in een MT.
Maar als vier interventies op hetzelfde niveau geen effect hebben gehad, is de meest waarschijnlijke verklaring niet dat de vijfde het wel gaat doen.
Arkad begeleidt organisaties bij vraagstukken waar al het nodige op is geprobeerd. Vaak begint dat met de vraag op welk niveau het eigenlijk speelt. Wil je daarover sparren? Neem contact op met Patrick van der Linden.