Je staat voor een team dat er duidelijk geen zin in heeft. Armen over elkaar, weinig oogcontact, en die ene senior medewerker die net iets te lang naar zijn telefoon kijkt.

Je hebt een goed verhaal. Je hebt geoefend. En je begint enthousiast, omdat enthousiasme aanstekelijk zou moeten werken.

Het werkt niet. Sterker nog, het maakt het erger, en dat is geen pech maar voorspelbaar.

Het probleem met beginnen waar je wilt eindigen

Als jij op tempo 100 binnenkomt bij een groep die op tempo 20 zit, ontstaat er geen beweging maar afstand. Je enthousiasme wordt niet ervaren als energie, maar als bewijs dat je niet doorhebt wat hier speelt. En zodra een groep concludeert dat jij hun situatie niet kent, is alles wat je daarna zegt geclassificeerd als praatje.

Dit gaat niet over de inhoud van je boodschap. Je kunt volstrekt gelijk hebben en toch niemand meekrijgen, omdat de aansluiting ontbreekt.

De regel is eenvoudig en tegen-intuïtief: je kunt mensen alleen ergens heen leiden vanaf de plek waar ze staan.

Wat aansluiten wel en niet is

Aansluiten is niet meepraten met de weerstand. Het is niet zeggen dat je het ook allemaal niks vindt, en het is zeker niet je eigen positie afzwakken om aardig gevonden te worden. Dat kost je binnen een week je geloofwaardigheid.

Aansluiten is: laten merken dat je een accurate beschrijving hebt van waar zij staan, voordat je iets voorstelt.

Het verschil tussen de twee is de mate waarin je jouw eigen richting overeind houdt. Vergelijk:

Meepraten: “Ik snap het helemaal, ik vind die reorganisatie ook een gedrocht, maar we moeten het nu eenmaal doen.”

Aansluiten: “Jullie hebben in twee jaar drie keer een nieuwe structuur gekregen en geen van die drie is afgemaakt. Als ik hier zat, zou ik ook afwachten. Ik ga niet beweren dat deze anders is. Ik ga wel vertellen wat we deze keer concreet anders doen, en dan mogen jullie beoordelen of dat genoeg is.”

De tweede versie geeft niets weg. Hij erkent alleen wat er feitelijk is gebeurd, en dat is precies wat het gesprek opent.

Drie of vier keer aansluiten, dan pas sturen

In de praktijk werkt dit als een reeks. Je doet een paar uitspraken waarvan de ander alleen maar kan denken “ja, dat klopt”, en pas daarna introduceer je de richting.

Bijvoorbeeld, bij een team dat de nieuwe werkwijze niet oppakt:

  1. “Jullie hebben deze werkwijze niet zelf bedacht.” (klopt)
  2. “Hij is ingevoerd op een moment dat het al druk was met de jaarafsluiting.” (klopt)
  3. “En de eerste twee weken werkte de koppeling met het planningssysteem niet.” (klopt)
  4. “Ik wil weten wat er nu nog in de weg zit, en ik wil deze week met twee dingen daarvan iets doen.” (hier stuur je)

De eerste drie zijn geen tactiek. Het zijn feiten die je hebt uitgezocht voordat je de zaal in ging, en dat uitzoekwerk is het eigenlijke werk. Wie de reeks probeert zonder de voorbereiding, komt uit bij algemeenheden (“ik begrijp dat het lastig is”) en die worden onmiddellijk als leeg herkend.

Waarom drie of vier

Eén erkenning is te weinig. Die wordt gehoord als de verplichte inleiding voordat de “maar” komt, en dat is hij in de meeste vergaderingen ook.

Bij drie of vier merkt de groep iets anders: deze persoon weet echt hoe het hier zit. Dat is het punt waarop de houding kantelt, en het is meestal zichtbaar in de zaal.

Let dan op het woord dat je gebruikt om over te stappen. “Maar” ontkracht alles wat ervoor kwam. “En” bouwt erop voort. Dat lijkt een detail en het is een van de weinige taaldetails waarvan het effect direct merkbaar is.

Waar het misgaat

Je slaat het over bij mensen die je goed kent. Bij een nieuwe klant bereid je dit voor. Bij je eigen MT, waar je al vier jaar mee werkt, loop je binnen en begin je bij je conclusie. Terwijl daar dezelfde regel geldt.

Je sluit aan op de verkeerde zorg. Je hebt bedacht dat het team bang is voor werkdruk, terwijl de werkelijke zorg gaat over wie er straks aan wie rapporteert. Dan mis je, en een gemiste aansluiting is schadelijker dan geen aansluiting, omdat je nu hebt laten zien dat je een verkeerd beeld hebt.

De remedie is niet slimmer raden. Het is vragen. Loop van tevoren langs bij drie mensen uit die groep en vraag wat er speelt. Twintig minuten voorbereiding scheelt een vergadering van anderhalf uur.

Je blijft hangen in aansluiten. Er zijn leidinggevenden die dit principe omarmen en vervolgens nooit meer sturen. Alle begrip, geen richting. Het aansluiten is geen doel, het is de aanloop. Als je na vier erkenningen nog steeds geen voorstel op tafel legt, ben je aan het uitstellen.

Tot slot

De reden dat dit werkt, is niet psychologisch handigheidje. Het is dat mensen pas naar een voorstel kunnen luisteren als ze niet meer bezig zijn met de vraag of jij hun situatie kent. Zolang die vraag open staat, is er in hun hoofd geen ruimte voor jouw plan.

Die ruimte maken kost je de eerste drie minuten van een gesprek. Het niet doen kost je meestal het hele gesprek.


Arkad begeleidt leidinggevenden bij trajecten waarin draagvlak het knelpunt is en niet het plan. Wil je hier eens over doorpraten? Neem contact op met Patrick van der Linden.